Carlos Alberto Montaner (1943) is een uitgeweken Cubaan en publiceert als journalist en schrijver columns en artikelen over Cuba in Latijns-Amerikaanse en Europese dagbladen. Deze liberaal is een scherp criticus van de Cubaanse dictatuur. Sinds 2005 heeft hij een column in de Miami Herald. Hij reageert op de pogingen van groepen in Miami het concert van Milanés in het American Airlines Centre (zie foto) te verbieden en concludeert dat ook het regime in Havana heimelijk hoopt dat een dergelijk verbod ervan komt. Hier volgt zijn reactie.
Het lijkt me heel goed dat Pablo Milanés in Miami zingt en overal daar waar een publiek is dat hem wil horen. Het maakt deel van het recht op vrije expressie dat in Cuba zelf niet bestaat. Ik bekritiseer ook niet die mensen die tegen zijn aanwezigheid op podia in Florida zijn en die vreedzaam demonstreren, zoals de wet dat mogelijk maakt of die gewoon niet naar het concert gaan. De spontane protesten uit de samenleving zijn bewijzen van de democratie, de diversiteit en de tolerantie die bestaan en werken. In tegenstelling tot de actos de repudio die georganiseerd door de politieke politie, plaatsvinden op het eiland. Zoals Mike Porcel** moest meemaken toen zijn ex-vrienden van de Nueva Trova hem verrastten met zo’n gewelddadige actie voor de woning waar hij met zijn gezin woonde. Het zijn de walgelijke bewijzen van een onverzoenlijke dictatuur, die zijn opvattingen met geweld en intimidatie oplegt.
Linkse revolutionair
Pablo Milanés zegt in een interview met El Nuevo Herald dat hij een linkse revolutionair is die het zeer onvolmaakte socialisme wil vervolmaken door er de geest van insluiten en tolerantie aan toe te voegen. Een geest die andere geluiden accepteert en ruimte schept voor vrijheid. Uit dit interview met de krant, trekt men niet de conclusie dat hij een blinde bandiet is in dienst van de onderdrukking, maar een kritische sympathisant van het regime met zijn eigen voorwaarden. Het is niet de eerste keer dat deze zanger en componist in interviews buiten Cuba geklaagd heeft over de repressieve excessen van het Castrisme en hun machthebbers aan de top. Prachtig. Deze houding staat lijnrecht tegenover het communisme van de harde hand dat vandaag wordt aanbevolen door Raúl Castro, zoals zijn broer Fidel het eerder deed. Objectief gezien, hoewel niet erg expliciet – omdat hij het niet durft of niet kan? – steunt Pablo Milanés het recht van de Damas de Blanco om te protesteren zonder dat dit protest wordt onderdrukt. Hij steunt het recht van Oscar Elías Biscet en Oswaldo Payá - en andere goede Cubanen – groepen op te richten die de pretenties van de communistische partij de gehele samenleving te vertegenwoordigen en de de manier waarop deze de Staat wil organiseren, ter discussie willen stellen. Dat maakt deel uit van de geest van tolerantie.
Kleffe gedrochten
Persoonlijk hou ik van de liefdesliederen van Pablo, maar de politieke lijken me een belediging voor zijn talent. Canción por la unidad latinoamericana/Lied voor de Latijnsamerikaanse Eenheid bijvoorbeeld lijkt me een klef gedrocht. Soms vergeet hij dat politieke liederen waardevol zijn om te protesteren tegen ongerechtigheid, maar niet om degenen toe te juichten die dit onrecht begaan. Een tiran toejuichen en liedjes aan hem opdragen is eigen aan buigende hovelingen, maar niet voor onafhankelijke artiesten, die zichzelf respecteren. Het zou ook niet acceptabel zijn wanneer John Lennon een lied zou schrijven met steun voor de Engelse eerste mnister in Engeland of voor de Engelse koningin, hoewel het hier gaat om functionarissen van een geloofwaardige democratie. Hoewel ik Pablo bewonder, voel ik hier een vreemd soort schaamte en dat doet me pijn.
Moed en ruggegraat
Toch denk ik met instemming terug aan de momenten in de afgelopen jaren waarop Milanés de dictatuur van de Castro bekritiseerde. Hij toonde toen moed en ruggengraat. Hij weigerde de brief te ondertekenen waarin de arrestatie van 75 democraten in maart 2003, werd gesteund. Dat was een lovenswaardige daad waar andere artiesten als Silvio Rodríguez of Amaury Pérez de moed niet voor hadden. Pablo was hard en duidelijk tegen de communistische gerontocratie en het gebrek aan pluralisme. Die kritiek die in het buitenland werd verspreid heeft zonder twijfel politieke betekenis gehad en wellicht andere reformisten gestimuleerd ‘uit de kast te komen.’ Ik ben er zeker van dat zijn woorden het gevoelen vertolken van een meerderheid van de Cubaanse communisten.
Anders en krachtiger
Hij heeft echter ook vijf jaar lang deel uit gemaakt van de Asamblea Nacional del Poder Popular, een soort parlement, hoewel hij nooit bij de bijeenkomsten aanwezig was (wat nog eens onderstreept hoe onbeduidend dit instituut is), en heeft met zijn verworven prestige als kunstenaar de aanvallen van het regime gelegitimeerd, zonder ooit eenmaal binnen Cuba zelf stem te hebben gegeven aan de slachtoffers van de dictatuur of de repressie te bekritiseren. Het is een feit uit zijn politiek verleden, waar hij niet met trots op zal terugkijken, zeker voor iemand die in de jaren zestig 18 maanden in de strafkampen voor dwangarbeid (UMAP’s) heeft gezeten. Het zou anders en krachtiger kunnen. Andere bekende zangers die in Cuba wonen zoals Carlos Varela of Pedro Luis Ferrer, hebben – hoewel ze geen deel uitmaken van de oppositie – geweigerd het regime te dienen en kritische en soms ook waardevolle liederen gemaakt. Iemand als Gorki heeft er zelfs voor in de gevangenis gezeten en Los Aldeanos hebben de mogelijkheid om publiek op te treden gecombineerd met rechtstreekse kritiek op de dictatuur, zoals Yoani Sánchez in haar prachtige teksten doet. Ik weet dat Ojalá een lied is van Silvio en niet van Pablo maar wanneer hij het zou zingen in Miami en Milanés enkele liederen zou opdragen ter herinnering aan Ernesto Lecuona, Celia Cruz of Olga Guillot, die stierven zonder hun land terug te kunnen zien.
Open de poorten van Cuba
Ik hoop dat hij publiekelijk zal vragen dat de poorten van het eiland zich zullen openen voor ballingen als Paquito D’Rivera, Gloria Estefan, Willy Chirino, Arturo Sandoval, Mike Porcell, Luisa María Güell, Marisela Verena, Carlos Gómez en al die andere waardevolle artiesten. Ik hoop dat hij de moed kan opbrengen te herinneren aan Gorky, aan Los Aldeanos en aan al die musici die binnen Cuba wonen lastig gevallen door de politie en met geweld worden afgehouden van hun publiek.
Wat er verder ook op de dag van het concert gebeurt, het is juist dat Pablo in Miami zingt tussen de ballingen en de slachtoffers van de dictatuur die naar hem willen luisteren. Wie een einde van de dictatuur wil en de vestiging van een pluriforme en democratische staat waar de mensenrechten worden gerespecteerd, maakt een strategische fout vandaag niet de uitgestoken hand van hem te aanvaarden in een geest van burgerlijke hartelijkheid. Wij willen een Cuba waar iedereen een plek heeft en iedereen wordt gerespecteerd, onafhankelijk van de details die ons scheiden.
De dictatuur van de Castro zou willen dat het concert wordt verboden en de manifestaties van de oppositie net zo scherp en fanatiek zullen zijn als de manifestaties die zij zelf organiseren, zodat zij hun aanhangers kunnen duidelijk maken dat politieke hervormingen, de uitbreiding van de marges van participatie in de Cubaanse samenleving noch de tolerantie of de acceptatie van hen die zich verzetten tegen het communistisch regime onmogelijk zijn omdat het gaat om een groep Cubanen met wie geen overeenstemming mogelijk is omdat zij niet uit zijn op wederkerig begrip. Men moet deze paradoxale politieke compromis niet vergeten: wat de totalitaire mensen demoraliseert en verontrust is niet de vuistslag maar de omhelzing.
Foto boven: teken van protest op een site in Miami
Linken
* Cuánto gané, cuánto perdi, Pablo Milanés,
* Canción por la Unidad Latino Americano, Pablo Milanés
* Ojala van Silvio Rodrïguez
*
Blogger Yoani Sánchez herinnert zich de laatste keer dat ze Pablo Milanés zag optreden. Dat was in augustus 2008. Milanés trad op tijdens een concert op de Anti ImperialistischeTribune in Havana toen Yoani en haar vrienden een spandoek ontvouwden waarin de vrijlating van de rockzanger Gorki werd gevraagd. Al snel werd het groepje uiteengeslagen. Yoani schrijft destijds een weerstand gevoeld te hebben voor ‘de zanger van Yolanda’ omdat zij hem beschouwde als een passieve getuige van het geweld dat toen plaatsvond. Yoani: ‘Ik had het mis. Later hoorde ik dat wij dankzij zijn bemiddeling de nacht niet hoefden door te brengen in een smerige cel en Milanés had binnenskamers ook de vrijlating van Gorki bevorderd.
Yoani’s tekst op haar weblog Generación Y is nog niet in het Nederlands beschikbaar. Haar teksten verschijnen echter ook in het Engels op de internetkrant The Huffington Post.
* ‘Actos de repudios’ worden in Cuba uitgevoerd door gewelddadige groepen tegen leden van de oppositie of hun familieleden, vaak in de omgeving waar ze wonen. Deze knokploegen worden door overheidsinstanties, partijorganisaties en wijkcomité’s georganiseerd. Hun activiteiten worden gepresenteerd als uitingen van ‘spontane woede-uitbarstingen’ van het volk tegen de zogeheten ‘gusanos’ of wormen, de verzamelnaam van elke tegenstander, die verdacht wordt van samenwerking met het ‘Imperium van de Verenigde Staten’.
**Mike Porcel is een uitgeweken Cubaans-Amerikaanse musicus, gitarist, componist en orkestleider die – samen met Pablo Milanés en Silvio Rodríguez – aan de wieg stond van de Cubaanse muziekstroming uit de jaren zestig en zeventig van de Nueva Trova, een muziekstroming die dicht bij de revolutie stond. In 1980 werd Porcel vanwege meningsverschillen met de communistische autoriteiten op non-actief gesteld. Hij kon geen werk meer krijgen en al zijn muziek werd op de Cubaanse radio en televisie verboden. Ook kreeg hij geen toestemming Cuba te verlaten. De Nueva Trova beweging stuurde hem brieven waarin zijn houding werd veroordeeld; ook Milanés speelde daarbij zijn rol. De brieven werden gevolgd door gewelddadige acties tegen hem en zijn gezin, die negen jaren duurden. Porcel bleef ondanks zijn sociaal isolement componeren en bespeelde het orgel in kleine kerkgemeenschappen. Hij leefde gescheiden van zijn gezin, vrouw en zoon die hij pas in 1994 weer ontmoette. In 1989 kreeg hij toestemming naar Spanje te reizen en in 1994 kon hij zich voegen bij zijn gezin in de VS.